Hoe Marjo tekent, ondanks steeds minder zicht
Een boek schrijven en illustreren is al een reis. Dat doen terwijl je zicht je in de steek laat, vraagt om een heel eigen manier van werken. Dit is een kijkje in dat proces.

1. Het verhaal ontstaat op rijm
Marjo schrijft haar verhalen het liefst op rijm (een liefde voor poëzie die er al was voordat de boekjes ontstonden). Inspiratie haalt ze uit kleine, grappige voorvalletjes van vroeger, uit haar jaren op de kleuterschool, en uit haar eigen fantasie.

2. Tekenen onder de loep
Met behulp van een enorme loep brengt Marjo uiltje Pluis, egeltje Joep en hun vriendjes tot leven op papier. In het begin ontbrak het overzicht en klopten kleuren, poppetjes en perspectief nog niet. Dat komt met veel oefening.

3. Doorzetten tot het klopt
Er gaat veel werk, tijd en energie in zitten om iedere illustratie kloppend te krijgen. Wilskracht en doorzettingsvermogen zijn net zo'n groot onderdeel van elk boekje als de verf en het papier.

4. Van schets tot boekwinkel
Van ruwe schets naar gedrukt prentenboek: een samenwerking met een uitgever, meelezers en, belangrijker nog, de kinderen voor wie het allemaal bedoeld is.
Verbeelding stopt niet waar het zicht ophoudt
Elk boekje van Pluis is het bewijs dat een beperking een ander pad is, geen doodlopende weg.